EGA

Uit Hardhoutbeleggingen Wiki

Ga naar: navigatie, zoeken

EGA - Euro Greenmix Fund

EGA, voluit Participantenvereniging Euro Greenmix A, is opgericht op 2 juni 1995 door de heer H.K. Krop, een ontwikkelaar van bosbouwprojecten. De heer Krop handelde destijds onder de naam Euro Greenmix Fund BV. EGA was één in een rij verenigingen (EGB, EGC, ...) die de belangen van investeerders in de projecten van de heer Krop moesten gaan behartigen. Volgens opzet heeft een nieuw bestuur de vereniging van eigenaren overgenomen van de oprichter in mei 2000. Het nieuwe bestuur van EGA heeft najaar 2000 de Algemene Ledenvergadering een reddingsplan voorgelegd. EGA werd geadviseerd door een jurist die zonder kennis van zaken er van uitging dat een deel van de investering, namelijk in “oud laurel” geheel zou moeten worden afgeschreven omdat zij niet met winst gekapt kan worden. De levensvatbare delen van de investering leken op dat moment een plantage van overwegend jong teak in El Cóbano (Costa Rica) en een jonge walnotenplantage in Tehov (Tsjechië). Dubieuze activa waren "plantages" (in feite geselecteerde herbebossingsprojecten) met volwassen laurelbomen in Costa Rica en een plantage van jonge walnoten in Psare (Tsjechië). Om de perspectief biedende delen te redden moest voor pacht en onderhoud contributie worden geheven van de leden; deze is door ca. 85% van de leden voldaan. De levensvatbare delen zijn sinds 2003 uit de kritieke fase; het achterstallig onderhoud is weggewerkt en het beheer is structureel in handen van deskundige partijen op basis van gezonde contracten. In 2005 werd duidelijk dat ook de walnotenplantage in Tehov (Tsjechië) moest worden opgegeven, daar dit project als gevolg van tegenvallende groei een te lange looptijd bleek te moeten ondergaan. Hierdoor is het jonge teak op El Cóbano (Costa Rica) EGA's enig resterende bezit.

De formule die de heer Krop in 1995 aan zijn investeerders heeft voorgespiegeld luidt in grote lijnen: • eenmalige koop van NLG 36.000 per participatie, een investering in vruchtgebruik van gespreid bezit van bomenopstanden. • investering van de gelden in vruchtgebruik van (a) jong teak en jonge laurel op El Cóbano, (b) bijna volwassen laurelbomen elders in Costa Rica, en (c) jonge walnoten in Tsjechië • onderhoud en pacht voor de plantages de eerste 6 jaren voor rekening van de projectontwikkelaar • na 6 jaar (dus in 2001) extractie van de volwassen laurelbomen, met een door de heer Krop geprognotiseerde opbrengst van ca. NLG 19 miljoen (met als voorwaarde een 6 jaar stijgende houtprijs) • het, uit de opbrengsten van de laurelbomen in 2001, stichten van een fonds waaruit pacht en onderhoud voor de plantages voor de resterende looptijd van de projecten zou worden betaald • uit de opbrengst van de laurelbomen in 2001 tevens een uitkering doen aan de participanten van een bedrag hoger dan hun initiële inleg • aanzienlijke opbrengsten uit tussenkappen door de jaren heen • een grote eindopbrengst na ca. 16 jaar resp 23 jaar. • een totaalrendement op de investering van meer dan 24 procent, gebaseerd op rapporten van onafhankelijke adviseurs, onder voorwaarde van een jaarlijkse stijging van de in 1995 gesondeerde houtprijs van 8% elk van de volgende 16 resp 24 jaren.

Deze voorspellingen kwamen niet uit de koker van de heer Krop. Het is het resultaat van een aantal bosbouwkundige studies en historische gegevens, zoals o.a. verzameld door de Costaricaanse Kamer van Bosbouw. Gecontroleerd door Euroconsult (thans Arcadia geheten).

Doordat het volwassen laurel niet met winst gekapt bleek te kunnen worden, stonden de door de heer Krop opgerichte verenigingen in 2000 in principe voor een bankroet. Het in het najaar van 1999 aangetreden EGA-bestuur, dat in mei 2000 de contracten en administratie uit handen van de heer Krop ontving, kwam snel tot het inzicht dat de situatie nog alarmerender was dan men in 1999 reeds vreesde, en stelde bovengenoemd reddingsplan op. Naar verwachting zullen de EGA-investeerders aan het eind van de rit een deel van hun ingelegde gelden terugontvangen. Deze verwachte opbrengst zal volgens berekeningen groter kunnen zijn dan de nog te maken kosten, wat voortzetting van het project rechtvaardigt.

Het huidige EGA-bestuur telt vier leden: • Sjang Fijen, voorzitter • Henk Arnold, penningmeester • Hans Slooter, secretaris • Gé Bekker, lid Voormalig voorzitter Remo Strijker staat het bestuur terzijde als adviseur. Voor alle duidelijkheid: EGA heeft zich in 2000 geheel losgemaakt van zijn oprichter, en heeft geen enkele band meer met de heer Krop of diens onderneming Euro Greenmix Fund BV (EGF).

Momentopname uit 2009, 14 jaar na plant, een verslag van de vereniging EGA voor de leden : HALFJAARVERSLAG CÓBANO Nº 1-2009 (citaat)

De Teak is over de hele plantage vrij laat (pas midden juni), maar wel goed in blad gekomen, behalve enkele lokale plekken in T7 en T8, waar de momenteel bomen veel last hebben van het teaksyndroom. De Laurel doet het op enkele plekken goed, maar het merendeel blijft middelmatig of slecht. Opnieuw zijn er vrij veel bomen, waar maretak in is gekomen. Deze parasiet hecht gelukkig niet op Teak, Melina, Acacia en Chancho. De Acacia is vrijwel overal goed aangeslagen en varieert in hoogte van 0,6 – 2,0 m, met een gemiddelde rond de 1,5 m. Er is inmiddels een herplant gedaan met 200 boompjes in de kwekerij gekocht en op een paar andere plaatsen zal Julio nog wat herplanten met boompjes die hij o.a .in T4 en T5 kan uitgraven. Deze boompjes zijn van zaad dat van acacia bij de buren is komen aanwaaien. Een deel van de Acacia had een vorm defect (krom of gaffel) en moest met behulp van een stok worden gecorrigeerd. De Chancho is nog niet zo hoog, (0,3 – 0,7 m) gemiddeld tegen de 0,5 m, maar is wel vrijwel 100% aangeslagen. Deze langzame start is normaal. Chancho gaat goed groeien vanaf het 3e jaar. De Melina is een verhaal apart. Het is de snelst groeiende van de 3 soorten, maar het is een zware klus voor Julio en Don Pablito, om bladsnijmieren en vooral herten erbij weg te houden. Wel 80 – 90% van de melina aanplant is desondanks door mieren of reeën wel een keer of vaker te grazen genomen en vaak zwaar beschadigd. Gelukkig heeft Melina een formidabel regeneratie vermogen. Zonder deze tegenslag zou de melina gemiddeld 2,5 -3,0 m hoog zijn geweest, maar op dit moment heeft slechts zo rond de 10% deze hoogte bereikt en is daarmee redelijk buiten bereik van de reeën en sterk genoeg voor een bezoek van mieren. De overige 90% varieert in hoogte van 0,2 – 1,5 m en de meeste hiervan hebben een stok waarmee bochten en gaffels worden gecorrigeerd, zodat er een meer rechte stam ontstaat. De melina heeft al goede wortels, want is nu bijna een jaar oud. Eenmaal echt op gang groeit het 30 – 50 cm per maand en kan dus einde dit groeiseizoen wel een veilige hoogte halen.

Resumerend: op deze plantage zijn de vooruitzichten, na wat tegenslag, goed te noemen.

Veroordeling van Hugo Krop Op 17 december 2004 heeft de rechtbank in Amsterdam Euro Greenmix-oprichter Hugo Krop veroordeeld tot 18 maanden celstraf (waarvan 6 voorwaardelijk) en 100.000 euro boete. De rechter achtte bewezen dat de heer Krop schuldig is aan:

• overtreding van de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Wtb)

• oplichting

• het gebruik van een valse franchise-overeenkomst in de eigen boekhouding

• het gebruik van een dubieuze prijsprognose laurel

• verzwijgen van aanmerkelijk belang in aangiftes in de periode 1995-1999

Waarom werd er geklaagd? Waarop werd er veroordeeld? Dat is een verhaal op zich.

Joost Tonino (1966) was tot 12 oktober 2004 een Nederlands officier van justitie. Hij legde zijn werk neer nadat hij in opspraak was gekomen, na een uitzending van Peter R. de Vries. In deze uitzending werd onthuld dat Tonino zijn privé computer op straat had neergezet, vanwege een computervirus. Voor deze affaire werkte Tonino bij het parket in Amsterdam, waar hij geruchtmakende fraudezaken voor zijn rekening nam. Als gevolg van de negatieve publiciteit rond zijn persoon verliet hij het OM te Amsterdam en vertrok hij naar het functioneel parket. In mei 2008 werd bekend dat Tonino het OM had verlaten. Sinds 13 mei 2008 is hij ingeschreven als advocaat in Amsterdam.

Deze ambitieuze jonge officier werd eerder bekend tijdens het z.g. clickfondsonderzoek, een kostbare maar mislukte operatie die een aantal beurshandelaren aan de paal zou hebben moeten nagelen. Hierbij schuwde mr. Tonino , die mr. De Graaff opvolgde, brutaal bedrog niet. Het gaat om de ingeroepen Zwitserse rechtshulp, die haar oorsprong heeft in 1997, toen de beursfraudezaak van start ging. Justitie wilde toen de administratie in beslag nemen van de in Zwitserland woonachtige Nederlandse vermogensbeheerder Dirk de Groot en gebruikte vermoedens rond het witwassen van drugsgelden mede als argument. Advocaten hebben altijd gezegd dat de handelwijze van het OM was ingegeven om de strenge fiscale Zwitserse voorwaarden voor het geven van rechtshulp te omzeilen. Dit vermoeden werd versterkt toen er een fout bleek te zijn gemaakt in de aan Zwitserland gerichte Duitse vertaling van het rechtshulpverzoek. Daarin bleek een zin te staan die een drugsverdenking te zwaar aanzette. In de Nederlandse versie ontbrak deze zin. Her gerechtshof te Amsterdam oordeel in februari 2003 dat er dat er voor een drugsverdenking ,,geen enkel feitelijk aanknopingspunt was. Kortom, de Zwitsers zijn bewust door Tonino op een dwaalspoor gezet en zo gedwongen tot medewerking aan een onderzoek waar het broodnodige bewijs uit gedistilleerd zou moeten worden. Mr. Tonino werd in de rechtszaal door een tot het uiterste getergde De Groot fysiek aangevallen (“er knapte iets in mij” zegt hij in de Telegraaf).

Dit bewijs is er nooit gekomen. Deze flater van deze overijverige officier is onder het matje geveegd. Maar Tonino had nog een ander ijzer in het vuur want tegelijkertijd speelde het breed opgezette onderzoek “Integriteit financiële markten”, uitsluitend handelend over het kleinste teakfonds dat zich ooit heeft gepresenteerd, het Euro Greenmix Fund.

In 1995 was het mogelijk om geïndividualiseerde beleggingen aan te bieden die niet onder toezicht van De Nederlandsche Bank vielen. Volgens de (toenmalige) Wet Toezicht Beleggingsinstellingen mag De Nederlandsche Bank alleen fondsen controleren die collectief beleggen. Een ‘beleggingsinstelling’ is in deze wet gedefinieerd als de rechtspersoon die gelden of andere goederen ter collectieve belegging vraagt of heeft verkregen teneinde de deelnemers in de opbrengst van de beleggingen te doen delen. Het aanbieden van geïndividualiseerde beleggingen stond toen vrij en daar werd druk gebruik van gemaakt.

Euro Greenmix Fund was een van die aanbieders in die tijd. Het OM had in een persbericht verklaard dat deze aanbieders in de regel ook andere wetten overtraden. Dat moest waargemaakt worden. Tonino speelde opnieuw zijn beproefde truc uit: met suggesties een vreemd land (in dit geval Costa Rica) er toe te brengen mee te werken aan een onderzoek, waarbij het OM dan verwachtte dat daarmee allerlei malversaties (“de investeringen zijn nooit gedaan”) of (“hier wordt het zwarte geld bewaard”) aan het licht zouden komen. Ook deze keer werd de plank misgeslagen. De oprichter, Krop, had geen zwart geld of bezittingen in dat land en een groot deel van het ontvangen geld bleek inderdaad betaald te zijn om plantages in te richten door deskundige organisaties, bekend bij de Costaricaanse overheid.

Het OM vond een andere oplossing. Hoewel op de hoogte van de inhoud van de koopovereenkomsten creëerde zij de fictie dat er geïnvesteerd werd in een gezamenlijke belegging. In werkelijkheid werd er vruchtgebruik verkocht in een grote variëteit van plantages aan verschillende groepen investeerders, volgens de toen geldende regels beperkt tot een door landmeters gemerkt en beschreven perceel per investeerder. Deze investeerders werd samengebracht in verenigingen van eigenaren, om het onderhoud en exploitatie te vergemakkelijken. Dit kon met wat verdraaiingen door het OM gemakkelijk worden voorgesteld als “gezamenlijke belegging” om zo toch onder de bepalingen van de WtB te vallen. Hierbij werd niet geluisterd naar opinies van vakbekwame getuigen, er werd niet gekeken naar de inhoud van de beide partijen getekende overeenkomsten, er werd niet gekeken naar de in Costa Rica aangetroffen werkelijkheid, maar op papier (en in een tenlastelegging) werd steevast uitgegaan van een “inleg” in een beleggingsinstelling.

Deze visie is blind door de rechters gevolgd. In de rechtszaal werden alleen door de voorzitter van de rechtbank aangiftes voorgelezen van investeerders die zich misleid voelden, omdat de rendementen door natuurlijke omstandigheden bleken tegen te vallen. Dit, en de theorie van het OM, werd door de rechtbank (en later door het Hof) kritiekloos als waarheid aanvaard.

In de opleiding tot rechter gaat het volgens Hans Crombag, emeritus rechtspsycholoog, al mis (citaat): <<We leiden rechters nog steeds op tot mensen met een one track mind. Je kunt een levenlang probleemloos in de wereld van het recht functioneren zonder het besef dat daarbuiten ook een wereld bestaat. En dan met name dat er zoiets als empirische wetenschap is, waar theorieën aan op wetenschappelijke wijze verzamelde data getoetst moeten worden. Dat komt omdat het redeneren van rechters door een moralistisch, sociaal-filosofisch systeem geregeerd wordt, waar feiten en hun context van ondergeschikt belang zijn.>> en <<Twee simpele vragen zouden de rechters kunnen helpen. Ten eerste: ‹Waar komt de informatie vandaan?› en ten tweede: ‹Waarom zou ik het geloven?› In het dagelijks verkeer zijn dat heel normale vragen, maar in de rechtbank worden ze zelden gesteld.>>

De hoogedelachtbare heren van der Schroeff, van Eunen en Vos, en de latere rechters de Winter, Kortenhorst en Wildenburg maken in de behandeling in de rechtszaal al duidelijk dat zij het oordeel al geveld hebben: een teakfondsbestuurder, daar kan niets aan deugen. Het OM heeft volkomen gelijk. Geen verder onderzoek is nodig, geen getuigen hoeven te worden gehoord. En zo wordt – met oogkleppen - naar een te verwachten veroordeling toegewerkt.

De fouten die gemaakt worden zouden niet misstaan in een eerstejaars rechtencollege.

1. de tenlastelegging beperkt de periode van begaan van strafbare feiten tot ná de datum van 1-1-1998. De vereniging EGA had toen al hun aankopen al afgerond. Na deze datum werd geen teak meer aangeboden. Waarom dan toch deze door EGA betaalde bedragen nog meenemen in de tenlastelegging? Het ging in de tenlastelegging om het tijdstip van het aanbod. Niet werd ten laste gelegd dat Krop als verenigingsbestuurder zich slecht van zijn taak had gekweten. Het vonnis sluit dus niet aan bij de tekst van de tenlastelegging.

2. Krop werd vrijgesproken van vervalsing van pachtcontracten.

3. Krop werd vrijgesproken van verduistering. Dit in tegenspraak met de veroordeling van art 4 lid 1 WtB. Als Krop beheerder van een beleggingsfonds was geweest dan had hij gelden onder zich gehad ten gevolge van een misdrijf (het ontberen van een vergunning). Nu was dat niet het geval.

4. Krop werd vrijgesproken van vervalsing van een prognose (die pas opduikt in 1998, en dus geen onderdeel van de offerte in 1995-1997 geweest kon zijn). Hij wordt wel veroordeeld voor gebruik van deze vervalsing, zonder dat wordt aangegeven waarom het een vervalsing betreft en ook hoe Krop dit had kunnen weten.

5. Het veroordeelde gebruik van deze vervalsing wordt als bewijs gehanteerd voor het aantonen van oplichting bij aanbod van de investering. Aha, nu zijn we rond! Twee maal veroordeeld voor hetzelfde feit.

6. Ook wordt Krop vrijgesproken van het vervalsen van facturen maar weer wel veroordeeld voor het gebruik van deze vervalsingen (zonder dat wordt aangetoond dat … etc). Door Krop aangehaalde jurisprudentie die een dergelijke handeling niet strafbaar stelt wordt door de rechters zonder commentaar genegeerd.

7. Bij de aangiften wordt niet opgemerkt dat het vermeende wegsluizen volgens het dossier van de fiscus voor 80% bestaat uit borgstellingen van zijn aandeelhouders. Er wordt in het vonnis echter er van uitgegaan dat investeerders (die toen nog niet hadden betaald) de dupe zijn geworden. Dit is een temporele onmogelijkheid. Geen ander bewijs wordt aangeboden. Aanmerkelijk belang moet worden bewezen. Alleen winst uit aanmerkelijk belang kan aangegeven worden.

8. In de WtB staat: de strafbepalingen (waaronder art 4 lid 1) zijn slechts gericht tot de beheerder. Nu wordt duidelijk waarom Krop zonder enige grond door het OM als beheerder wordt voorgesteld (in tegenstelling tot de definities in de WtB). Hij wordt veroordeeld op overtreding van de Wet economische delicten, iets dat niet in de tenlastelegging staat.

Kortom, een veroordeling waar de heren rechters trots op mogen zijn. In beide gevallen heeft de politieke opportuniteit (tenslotte is de WtB geheel afgeschaft) het oordeel van deze rechters bepaald, niet de waarheidsbevinding ten processe of de inhoud van de wet strafvordering.


Het is, als u aanvullingen of correcties op de inhoud van deze pagina heeft, erg gemakkelijk om de pagina te wijzigen. De bewerk functie van iedere pagina is zo intuïtief dat u alleen maar hoeft te kunnen typen om een pagina te bewerken. Bovendien kunnen mislukte wijzigingen altijd weer gemakkelijk ongedaan gemaakt worden.

Sicirec heeft in haar archieven uitgebreide correspondentie over dit onderwerp. Het is voor Sicirec vanwege praktische redenen onmogelijk om al deze informatie zelf te publiceren. Daarom biedt Sicirec u, onder voorbehoud, aan om zelf een kijkje te komen nemen in haar archieven. Voorwaarde hiervoor is dat u de informatie waar u kennis van neemt op het Internet publiceert zodat deze voor een ieder toegankelijk wordt. Dat publiceren kan bijvoorbeeld makkelijk op deze wiki (die overigens niet met Sicirec geaffilieerd is). Voor toegang tot haar archieven, kunt u contact opnemen met Sicirec via service@sicirec.org.

Persoonlijke instellingen
Andere talen